KERSTBOODSCHAP VAN Z.EM. AARTSBISSCHOP GABRIEL VAN KOMANA

“Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht ... Gij hebt zijn vreugde groot gemaakt” (Jes. 9, 1-2).

Dierbare vaders, broeders en zusters in de Heer, De Kersttijd is aangebroken, de tijd van Licht, de tijd van Heil en het verheugt mij u allen de vrede toe te wensen bij gelegenheid van dit Feest, dat ons hart verblijdt.

“Ere zij God in den hoge en vrede op aarde bij mensen des welbehagens” (Lc. 2, 14).

Meer dan 2000 jaar geleden is dit Licht, waarover de Profeet Jesaja spreekt in zijn profetie, onder de mensen gekomen om hen hoop terug te geven en sedert dien vieren wij elk jaar CHRISTUS - LICHT DER WERELD.

Maar welke invloed heeft dit mysterie van de menswording op ons leven? Welke verandering brengt het teweeg in ons hart, elke keer als wij deze manifestatie van de barmhartigheid en de mensenliefde van de Heer beleven? Wordt ons leven werkelijk getransfigureerd in het licht van dit “Vriendelijk Licht der heilige glorie van de Vader” (Avondhymne uit de Vesper)? Laten wij elk jaar opnieuw dit Licht binnendringen in ons hart, om daaruit onze eigen duisternis te verdrijven? Want dàt is immers het doel van Christus’ komst onder de mensen: dat ieder van ons, welke ook zijn of haar situatie is, getroost moge worden en van vreugde vervuld.

Want die duisternis is reëel - zij bestaat, gevoed door onze zwakheid, onze fouten, onze armzaligheid. Maar wij moeten ons voor ogen houden dat de komst van de Verlosser niet de komst is van een Rechter die oordeelt en veroordeelt; het is de komst van God, Die LIEFDE is, die onze wonden geneest met de balsem van Zijn barmhartigheid. Daarom moet ons hart van vreugde vervuld zijn: het Licht van God - vriendelijk en levenschenkend - stelt ons in staat waarachtig in ons zelf te zien. Christus heeft ons lief en wij hoeven niet meer bevreesd te zijn onze armzaligheid te zien en ons als zodanig ook voor God te tonen. Zoals de zon de aarde verlicht en het duister verjaagt, zo verlicht Jezus het hart van elke mens en verdrijft daaruit de duisternis.

Maar dat gebeurt niet van de ene dag op de andere; vaak zijn wij ontoegankelijk voor de genade die ons wordt aangeboden, of wij ontvangen haar en raken haar weer kwijt. Maar God is geduldig, barmhartig en vasthoudend. Hij staat op de heuvel en ziet uit naar de verloren zoon; als een lichtbaken staat Christus daar, als een nimmer opdrogende bron die Liefde heet. Zo komt het Licht in onze duisternis, zó wordt ons de Genade geschonken, zó worden wij vervuld van Leven.

Als de Kerk in haar pedagogie ons elk jaar de mogelijkheid biedt dit Kerstmysterie opnieuw te beleven, dan is dat opdat wij - stap voor stap - Hem mogen naderen, Die van Zichzelf gezegd heeft: “Ik ben het Licht der wereld”.

Laten wij ons dus, samen met de herders en de wijzen, verheugen: “Komt, laat ons aanbidden en nedervallen voor Christus” (kleine intocht van de Liturgie).

Broeders en zusters, ik omhels u in liefde. “Christus is geboren, looft Hem!”

Parijs, Kathedraal van de Hl. Alexander Nevsky. Kerstmis, 2009

+ Aartsbisschop Gabriël van Komana Exarch van de Oecumenische Patriarch.

Retour haut de page
SPIP