Kerstboodschap van Z. Em. Aartsbisschop Gabriel

“Geloofd zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader der ontferming en de God van alle vertroosting die ons troost bij al onze wederwaardigheden opdat wij anderen kunnen opbeuren...” (II Kor. 1, 3 - 4)

Dierbare broeders en zusters in de Heer,

Weer is het feest aangebroken van de Geboorte van onze Heer Jezus Christus; het is een dag vol genade en vreugde voor ons allen, een dag, die we samen gaan beleven.

Icône de la Nativité du Christ, JPEG - 197.9 kB En waarom zijn wij zo verheugd? Omdat de boodschap van de engel aan de herders ook tot ons gericht is evenals tot alle mensen op aarde: “Heden wordt u de Verlosser geboren: Christus de Heer!”

Heel het Oude Testament is vol van deze Heilsverwachting en de grijsaard Simeon spreekt de logische gevolgtrekking uit van deze gebeurtenis, die de voltooiing is van de belofte van het Heil: “Nu laat Gij, Heer, Uw dienaar heengaan in vrede, want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd, Licht tot verlichting der heidenen...”.

Maar hoe beleven wij, in onze tijd, deze “grote vreugde” waarover de engel tot de herders spreekt. En wat brengt zij in ons hart teweeg? De wereld lijkt verzonken in de duisternis. Natuurlijk zien we om ons heen, in onze steden en dorpen, een overdaad aan kerstverlichting en bijpassende decoraties; voor velen ligt de essentie van het feest in overdadige maaltijden en geschenken. Jammer genoeg lijkt de werkelijke betekenis van het feest dat we vieren, verloren gegaan en de meerderheid van onze broeders weet werkelijk niet meer waarom het in feite gaat.

Zijn wij ons wel bewust van de geestelijke nood van onze medemensen, waar alle middelen goed genoeg zijn om deze nood te overspelen met onbevredigende, oppervlakkige en kunstmatige alternatieven. Dit alles kan ons somber en pessimistisch stemmen en ons doen vragen: “Waartoe dient het? Waar is dan wel dat Heil dat ons beloofd is?”

De mensheid komt ons ontaard voor; de mens ontluisterd. Wie is nog in staat lief te hebben?

Maar laten we elkaar vooral niets wijsmaken: zo’n tweeduizend jaar was dat niet veel beter, echter met één groot verschil, een omwenteling zelfs: in Bethlehem manifesteert zich de grenzenloze Liefde van God! De Eniggeboren Zoon, het Woord Gods, de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid is gegrepen door de liefde voor de mensheid - die vrucht van de schepping - die zoals zij was en zoals zij nu nog is door Hem aangenomen wordt in al haar breekbaarheid, zwakheid en al haar kwetsuren. Christus in de kribbe strekt Zijn armen naar ons uit; naar de kleinen: de herders, alsook naar de groten: de Wijzen. Deze grenzenloze liefde, deze oneindige barmhartigheid wordt ons om niet geschonken, onvoorwaardelijk, en meer nog bewijzen Zijn uitgestrekte armen, die vastgenageld zullen worden op het Kruishout, hoezeer onze Heer Jezus Christus ons liefheeft.

Door te aanvaarden tot ons af te dalen in de vorm van het meest breekbaar wezen dat bestaat: een pas geboren kind, ervaart Jezus vanaf het begin in zijn vlees, als het ware vanaf de eerste kreet, de smart, de pijn en het lijden van de mens. En zo valt ons het voorrecht ten deel van de Goddelijke Liefde. Voor hetgeen we ontvangen hebben, zijn we ook verantwoordelijk. We kunnen ons niet beroemen op ons christen-zijn, want dat is ons gegeven; maar we moeten er dank voor brengen aan God: “Eer aan God in den hoge”. Deze lofprijzing, waarmee we de Goddelijke Liturgie aanvangen, moeten we integreren in heel ons leven en ze verbinden met alle mensen op aarde, zowel in hun vreugde alsook in hun verdriet.

Wij kunnen deze vreugde niet genieten en tegelijk het lijden van de mensheid om ons heen vergeten. Waarschijnlijk hebben de herders aan Maria een lammetje aangeboden voor haar Zoon; de geschenken van de Wijzen waren wat kostbaarder. Maar wat kunnen wij aanbieden? Onze dankbaarheid? Zeker! Onze vreugde de Heer te mogen ontvangen? In ieder geval! Maar vergeten we niet onze broeders, met hun en ons lijden en verdriet aan de voet van de kribbe neer te leggen. Want zoals de heilige Silouan van de Athos zegt:: “onze broeder, dat is ons eigen leven”.

Verwelkomen we de vreugde van God, Die zich aan ons geschonken heeft; “laten we alle zorgen van deze wereld terzijde stellen”. Dat is de hoop die deze nacht van Kerstmis ons brengt en zo wordt de wereld gered.

In deze vreugde van Kerstmis geef ik u van ganser harte mijn zegen

Parijs Kerstmis 2010
Kathedraal van de Heilige Alexander Nevsky

+Aartsbisschop Gabriël
Exarch van de Oecumenische Patriarch

Retour haut de page
SPIP