KERSTBOODSCHAP van Z. Em. Aartsbisschop GABRIËL

“En dit zal u een teken zijn: gij zult een Kindje vinden, dat in doeken is gewikkeld en in een kribbe ligt” (Luc. 2,12)

Dierbare broeders en zusters in de Heer,

Ik ben gelukkig u heden mijn gelukwensen te kunnen overbrengen ter gelegenheid van het wonderschone feest van de Geboorte in het vlees van onze Heer Jezus Christus. De Heer komt Zelf in ons midden, in armoede, in een onaanzienlijk dorpje in een onbekend land; Hij wordt geboren uit een arme Maagd. Hij, de Schepper van het heelal, de almachtige God, komt ter wereld in een grot waar herders met hun kudde onderdak gevonden hebben. Daar brengt Maria, die nergens anders een toevlucht vond, de Koning der Koningen ter wereld, de Heer der Heerscharen.

“Heden is u een Verlosser geboren: Christus de Heer” (Luc. 2,11); “God is Heer en Hij is ons verschenen” (Ps. 117,27): niet in Zijn Goddelijke gedaante - zoals de Hl. Basilios zegt - maar als Dienaar, om vrijheid te schenken aan die zich in knechtschap bevinden. Wiens hart is dus zo versteend, wie is zo ondankbaar dat hij zich niet zou verheugen en juichen over zulk een gebeurtenis?

Zulk een nederigheid realiseren wij ons niet ten volle: Hij is de Redder, de Christus, de Heer, maar wat is er opmerkelijk aan, gewikkeld als een kind in een kribbe te liggen; wat is daarvan de betekenis?

Dierbare broeders en zusters. Door dit teken, door dit mysterie van de Geboorte van Christus begrijpen wij dat het in nederigheid is, dat God komt om ons te redden. Sterker nog: ons wordt gevraagd nederig te zijn om God te kunnen ontmoeten. Zo maakt God ons duidelijk dat de hoogmoed van de mens wordt teniet gedaan door de Gods nederigheid teneinde ons te redden.

Daarom kunnen wij dit Kerstfeest vieren als een genade: een genade van God, Die tot ons afdaalt in de gestalte van een kindje: “want hoewel Hij Gods gestalte bezat en Zijn gelijkheid met God geen roof hoefde te achten, heeft Hij Zich er toch van ontdaan door de gestalte aan te nemen van een slaaf en gelijk te worden aan de mensen” (Fil. 2, 6-7).

Hij, Die het Woord van God is in het vlees (Joh. 1, 14) wordt gelijk aan een wenend kind, zoals elk ander kindje op aarde. Hij, die zetelt aan de rechterhand des Vaders, ligt in een kribbe op een handvol hooi. Hij, Die de Schepper der wereld is, toont Zich aan ons in een kwetsbaar lichaam, aldus onze lijdende menselijkheid delend.

En zo worden wij opgeroepen ons klein te maken teneinde de werkelijke vreugde, die van God komt, te kunnen beleven. Luisteren wij Gods Woord, gericht tot de eenvoudige herders; laten we ons deze vreugde eigen maken en ons levenswijze veranderen. Laten we onze “kleren van vellen” (Gen. 3, 21) afleggen en ons bekleden met een stralend gewaad; laten we ophouden onze naaste te willen domineren, met discussies, met geweld of machtsdemonstraties. Dat alles leidt tot niets! Of het nu in de familiekring is, in het bisdom of in onze parochies, laten we elke vorm van ongepaste twistgesprekken vermijden, evenals elke minachtende houding, elke uiting van macht en overheersing, maar kinderen Gods worden: mensen die de schoonheid van de Heer weerspiegelen in zijn nederige aanwezigheid.

Zo zullen we waarlijk vrije mensen worden naar het voorbeeld van ons enige voorbeeld: Jezus onze Verlosser, geboren in een kribbe. Ons gedrag zal dan niet langer gedomineerd worden door normen en waarden van een bepaalde groep, zij het sociaal of religieus; we zullen niet langer trachten onze broeder onderdrukken door ons voor te doen als een sterke Kerk met veel leden en zo onophoudelijk willen doen voorkomen dat wij de besten zijn....

Laten we dus liever onze Heer in de kribbe tegemoet snellen en, in de mate van het mogelijke, ons voorbereiden op deze ontmoeting door de genade van het gebed, door een levend geloof en door ons hart - bevrijd van hoogmoed en trots - open te stellen.

Als we willen leven in nederigheid, onze zwakheden willen erkennen en in alle eenvoud aan de voeten van het Goddelijk Kind willen neerknielen, dan zullen we delen in hetgeen de engelen aan de herders verkondigden: "Vrede op aarde in de mensen een welbehagen”. Deze vrede wens ik u, geliefde broeders en zusters, en ik verzeker u mijn liefde en gebed.

Moge de nederigheid Gods uw vreugde zijn!

Kerstmis 2012

+Aartsbisschop Gabriël van Komana

Retour haut de page
SPIP