Kerstboodschap van Z.E. Aartsbisschop Job van Telmessos

Kerstboodschap van Z.E. Aartsbisschop Job van Telmessos Exarch van de Oecumenische Patriarch gericht tot de clerus, de monniken en de gelovigen van het Aartsbisdom van de Russisch Orthodoxe kerken in West Europa

“Gij hebt U gelijkvormig gemaakt aan het armzalige, uit leem gevormde geslacht, o Christus. En doordat Gij deel hebt genomen aan de vleselijke natuur van het lagere hebt Gij daaraan de eigenschappen van Uw goddelijkheid meegedeeld. Want hoewel Gij mens zijt geworden, zijt Gij toch God gebleven en hebt daardoor onze hoorn verheven: heilig zijt Gij, onze Heer.” (3e ode van de eerste canon van het feest)

Geliefde Vaders, Broeders en Zusters in Christus,

(JPEG) Het is met die woorden dat de H.Cosmas van Maïouma, auteur van de eerste canon die gezongen wordt in de Metten van deze lichtende dag, ons eraan herinnert dat de gevierde gebeurtenis diep verbonden is met de schepping van de mens en met het doel van ons bestaan volgens hetgeen de Goddelijke Voorzienigheid gewild had in alle eeuwigheid. Inderdaad, God heeft vanaf het begin de mens geschapen opdat hij zou deelhebben aan het goddelijke leven. Volgens het boek Genesis werd de mens geschapen naar Gods beeld en gelijkenis (Gen.1,26-27). In zijn commentaar over dit eerste boek van het Oude Testament, legt de hl..Ireneos van Lyon ons uit dat “Gods beeld, dat is de Zoon (Kol.1,15), naar wiens beeld de mens geschapen is. Hij heeft zich om deze reden, in de laatste tijden, geopenbaard om te doen begrijpen dat het beeld aan Hem gelijk was” (Prediking van de Apostelen 22). Christus heeft echter op onze persoon niet alleen Gods beeld afgedrukt, maar ook de capaciteit van Gods ware gelijkenis die ons toestaat het einddoel van het menselijke leven te realiseren, wat niet slechts bevrijding van de zonde is maar ook deelname aan het goddelijk leven.

Het verlangen deel te hebben aan het goddelijk leven en “god te worden” is in zich dus noch waanzin, noch zonde, want het is gewild door de Schepper zelf, op voorwaarde dat het voltrokken wordt “volgens de genade” en dat het gebeurt volgens Gods wil, en niet volgens de egoïstische en hoogmoedige wil van de mens. Volgens de H.Symeon van Thessalonica, bestond de zonde van de mens niet in het doel van ons leven, maar in de wijze van zijn voltrekking, wegens het feit dat wij “verleid werden door het verlangen gelijk aan God te zijn en er naar strevend onsterfelijk en goden te worden voor de tijd” d.w.z. te vroeg, voor de menswording van Gods Woord, door wie “wij nu zijn opgestaan en leven, en deelhebben aan Gods gaven en goden zijn.” Het is dus “ons verlangen om goden te worden door de overtreding van het gebod dat waanzin was, want het is onmogelijk voor ons, schepsels, om goden te worden”, maar dankzij de vleeswording van Gods Woord die wij deze dag vieren, zijn onze redding en het doel van ons bestaan werkelijkheid geworden, waarvoor “Hij zich intiem aan ons verenigd heeft door haar in wie Hij voor ons gemaakt werd, en Hij is in het vlees gestorven voor ons, wat het toppunt van Zijn goedheid was, en door Zijn dood heeft Hij ons de onsterfelijkheid en de glorie van de godheid geschonken.” (De sacra Liturgia 99. PG 155, 297D-300A)

Het feest van deze dag brengt ons deze betekenis en bewaart al zijn toepasselijkheid. Ze is dus niet alleen de herinnering aan een historisch feit uit het verleden, maar de ononderbroken viering van de goddelijke economie met als doel de redding van ieder van ons. Maar, zoals de hl..Nikolaas Cabasilas schrijft, “dat is juist het werk van de economie in het voordeel van de mensen. Want daar heeft God zich niet tevredengesteld een of ander goed aan de menselijke natuur te geven, en voor Zichzelf het grootste deel te bewaren; maar het is de volheid zelf van de goddelijkheid (Col.2,9), al de rijkdom zelf van Zijn natuur die Hij hem ingeblazen heeft” (Het leven in Christus, 1,28-29).

De Geboorte van Christus vieren houdt tegenwoordig voor ons in een antwoord en een verantwoordelijke houding om het kwaad, de zonde en de geest van verdeeldheid te ontvluchten, om ons om Christus heen te verenigen, in Zijn Kerk, dat Zijn Lichaam is, door de viering van de heilige mysteriën. Zoals Cabasilas het ons in herinnering roept:: “verenigd zijn met Christus is mogelijk voor hen die ondergaan al wat de Redder heeft ondergaan, die voelen wat Hij heeft gevoeld en alles worden wat Hij is geworden. Hij heeft dus vlees en bloed dat zuiver was van elke zonde verenigd; daar Hij vanaf het begin van nature zelf God was, heeft Hij ook wat Hij later geworden is vergoddelijkt, d.w.z. de menselijke natuur; tot slot is Hij ook gestorven wegens Zijn vlees en Hij is opgestaan. Degene die verlangt met Hem verenigd te zijn moet ook deelhebben aan Zijn vlees, deelnemen aan Zijn vergoddelijking en Zijn graf en Zijn opstanding delen.” (Het leven in Christus, II,2)

Dit alles is mogelijk geworden dankzij Gods vleeswording en de sacramenten van de Kerk die het verlengen en actualiseren. Het is dankzij Hem Die voor onze redding geboren is in Bethlehem dat wij ons kunnen verheffen van onze menselijke laagheid, de gebreken van onze kleinheid herstellen, om grote beloften te erven en volledig het doel van ons bestaan te realiseren. Want zoals de heilige Apostel Petros ons aanmoedigt en ons herinnert: “Zijn goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot leven en godsvrucht dient, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en kracht. Daardoor zijn ons de kostbare en overgrote beloften geschonken, opdat gij daardoor aan de goddelijke natuur deel zou hebben, ontkomen aan het verderf dat ten gevolge van de begeerlijkheid in de wereld heerst. Wendt daarom alle ijver aan om bij uw geloof de deugd te voegen, bij de deugd de kennis, bij de kennis de zelfbeheersing, bij de zelfbeheersing de standvastigheid, bij de standvastigheid de godsvrucht, bij de godsvrucht de broederschap, bij de broederschap de liefde.” (Petr.1,3-7)

Dierbare in Christus beminde Vaders, Broeders en Zusters, het is om die reden dat ik u op deze feestdag op mijn beurt aanroep om onder u de eenheid in het lichaam van de Kerk te bewaren en in uw harten de liefde voor God en de naaste te doen groeien. Ik bied u bij dezelfde gelegenheid mijn beste wensen aan ter gelegenheid van de Geboorte van Christus en het Nieuwe Jaar en ik smeek voor u allen Gods zegen af en wens dat “de God des vredes u geheel en al heilige, en uw geest en uw ziel en uw lichaam in alle opzichten onbesmet bewaard mogen blijven tot de komst van onze Heer Jezus Christus.” (1 Thess.5,23)

+ Job, Aartsbisschop van Telmessos,
Exarch van de Oecumenische Patriarch
Parijs, Kathedraal van de hl..Alexander Nevsky
25 december 2013 / 7 januari 2014

Retour haut de page
SPIP