Communiqué no 18-06 van de Diocesane Raad

De Diocesane Raad (D.R.) is bijeengekomen op 18 oktober 2006, onder voorzitterschap van Z. Em. Aartsbisschop Gabriël. De volgende onderwerpen kwamen ter sprake:

1. Relatie met het Patriarchaat Moskou.

- (a) - De Diocesane Raad heeft kennis genomen van het verslag van de zitting van de Heilige Synode van 6 oktober 2006. De DR neemt akte van het voorstel van het Patriarchaat van Moskou, in het kader van de onderhandelingen tussen het Patriarchaat Moskou en het Patriarchaat van Constantinopel (minuut no. 104, § 3), de problemen op te lossen, die sedert enkele jaren gerezen zijn tussen het Exarchaat en het Patriarchaat. De DR begroet dit initiatief, want er is voor ons allen die hier leven, een smartelijke situatie ontstaan, vol verdriet en bitterheid over deze scheiding. De DR hoopt dat een gesprek tussen de verantwoordelijken van beide patriarchaten - rekening houdend met de verschillende aspecten van de huidige situatie - ertoe kan bijdragen de spanningen te verminderen, met respect voor de kerkelijke en canonieke normen van de orthodoxe Traditie.

- (b) - Wat betreft de canonieke situatie van Z. Exc. Basil van Amphipolis, evenals die van de geestelijken, die vermeld worden in de minuut no. 104 van de vergadering van de Heilige Synode van Rusland van 6 okt. 2006 - waarin staat dat “deze geestelijken in het Exarchaat zijn opgenomen zonder dat voor hen een ontslagbrief gevraagd is bij hun kerkelijke autoriteit” - heeft de DR een aantal nadere toelichtingen gegeven, die ook geconsulteerd kunnen worden op de web-site van het Exarchaat.

- (c) - De DR wenst verder nog enige toelichting te geven op de volgende punten in de minuut no. 104:

  • Z. Em. Aartsbisschop Gabriël werd nooit “benoemd aan het hoofd van het Exarchaat”, zoals in de minuut te lezen is, maar - evenals al zijn voorgangers - in een vrije en conciliaire verkiezing van de Algemene diocesane vergadering op 1 mei 2003 gekozen; dit volgens de voorschriften van het Concilie van Moskou van 1917 -1918 en van de statuten van het eigen Aartsbisdom. Zijn verkiezing werd vervolgens bevestigd door de Heilige Synode van de Oecumenische Troon.
  • De “leiding van het Exarchaat” heeft nooit en op geen enkele wijze de geestelijke nalatenschap op kerkelijk gebied van Metropoliet Evlogi en zijn opvolgers in Westeuropa verraden; en evenmin doet zij dit nu. Het is juist uit trouw aan hun onderrichtingen en in overeenstemming met de orthodoxe kerkleer, die zich baseert op de territorialiteit van de Kerk, gevestigd in één bepaald gebied. Dit is reeds in 1949 door Metropoliet Vladimir en de leden van de toenmalige Algemene diocesane vergadering verklaard en later bij vele gelegenheden herhaald, met name nog door Aartsbisschop Serge, toen hij zei: “in de 70 jaar van ons staan onder het omoforion van het Oecumenische Patriarchaat en de verworteling in Westeuropa gedurende vele tientallen jaren, heeft een geheel nieuwe situatie geschapen (in vergelijking tot de tijd van Metropoliet Evlogi). Er kan nu geen sprake meer zijn van een simpelweg terugkeren van ons Aartsbisdom (...) onder het omoforion van het Patriarchaat Moskou. In een geest van wederzijds begrip en liefde moeten we samen wegen zien te vinden voor een wereldwijde oplossing van het probleem van de orthodoxe diaspora.”

2. Het vicariaat van Groot Brittannië en Ierland. Z. Em Aartsbisschop Gabriël zal op zaterdag 18 november de jaarlijkse conferentie van het Vicariaat voorzitten. Z. Em. Aartsbisschop Gabriël zal een voordracht houden over: “De lokale Kerk - onze toekomst”; een tweede voordracht door Z. Exc. Bisschop Basil zal handelen over: “Continuïteit en verandering”

3. Uit de parochies.

  • De communauteit te Stavanger (N) is erkend als parochie. Een priester woont ter plaatse en er zijn wekelijks diensten (vigilie en Liturgie in het weekeinde en op de grote feesten).
  • Een werkgroep, o.l.v. aartspriester Alexis Struve heeft een enquête voorbereid, die binnenkort verzonden zal worden aan de rectoren, waardoor een beter beeld verkregen kan worden van de parochies van het Aartsbisdom.

4. Herdenking van de zestigste jaardag van het overlijden van Metropoliet Evlogi. De eerste herdenkingsbijeenkomst heeft plaatsgevonden op xaterdag 7 oktober. Onder voorzitterschap van Z. Em. Aartsbisschop Gabriël vonden op het Theologisch Instituut St. Serge een aantal voordrachten plaats, waarvan een samenvatting reeds op deze web-site gepubliceerd is. De volgende bijeenkomst is voorzien voor zondag, 12 november in de lokalen van de ACER (rue O. de Serres - Parijs) en het thema zal zijn: “Metropoliet Evlogi en de ACER.

5. De katechese voor de nieuwe immigranten vanuit Rusland en Oost-Europa. Deze katechese zal worden hervat in de tweede helft van de maand november. Ook in de parochie te Nice zal een soortgelijke katechese worden opgezet o.l.v. de aartspriester Georges Achkov.

6. Bijeenkomst van rectoren en starosta’s van de parochies in Parijs en omgeving. Teneinde enige administratieve, juridische en materiële problemen te bespreken, zal in Parijs op 2 december opnieuw een bijeenkomst worden gehouden. Een soortgelijke samenkomst heeft reeds eenmaal plaatsgevonden in februari 2005.


Bijlage

Wat betreft de canonieke situatie, genoemd in de notulen van de vergadering van de Heilige Synode van Moskou, gehouden op 6 oktober 2006, wenst de DR de volgende toelichtingen te geven:

- Allereerst kan de DR niet anders dan nog eens vaststellen, dat het juist het Patriarchaat Moskou is, dat tijdens zijn zitting van 24 december 2004 (zie notulen 2004, no. 92, §3), een zware verantwoordelijkheid op zich genomen heeft, door geen enkele rekening te houden met de disciplinaire maatregelen, die de Aartsbisschop van het Exarchaat gedwongen was te nemen tegen enkele geestelijken behorend tot het Exarchaat en die vervolgens - zonder enige ontslagbrief van het Exarchaat - werden opgenomen in het Patriarchaat Moskou; behalve deze besluiten die elke kerkelijke norm te buiten gaan, heeft het Patriarchaat Moskou zelfs een priester van het Exarchaat, geschorst “a divinis” door Z. Em Aartsbisschop Gabriël vanwege ernstige schending van de kerkelijke orde en vervolgens door de Heilige Synode van het Oecumenisch Patriarchaat tot de lekenstand teruggebracht, zonder meer onder de geestelijkheid van het Patriarchaat Moskou opgenomen en opnieuw laten celebreren. Het lijdt geen enkele twijfel dat, “het met de voeten treden van de canones, waarop het kerkelijk leven gedurende eeuwen reeds gefundeerd is, een buitengewoon gevaarlijke zaak is” zoals Metropoliet Kyril van Smolensk en Kaliningrad zelf op 15 oktober 2006 letterlijk verklaard heeft in een interview, gegeven aan het persbureau RIA-Novosti.

- Wat betreft Z. Exc. Bisschop Basil van Amphipolis volstaat de DR ermee, erop te wijzen dat deze zich sedert 8 juni van dit jaar bevindt onder de jurisdictie van het Oecumenisch Patriarchaat, waarop Z. Exc. op 16 mei voorafgaand een beroep heeft gedaan, conform de canones 9 en 17 van het Grote en Heilige Concilie van Chalcedon; deze canones kennen aan de Aartsbisschop van Constantinopel het recht toe “gerechtigheid te doen aan elke bisschop of priester”, die een geschil heeft met de autoriteit van zijn lokale Kerk. Met een patriarchaal en synodaal besluit is Z. Exc. Bisschop Basil opgenomen onder het omoforion van de Oecumenische Patriarch. Dit besluit werd reeds door verscheidene Patriarchen van Orthodoxe Kerken bevestigd, waaronder die van Jerusalem en Alexandrië evenals door de Kerken van Cyprus, en Albanië. De DR heeft dus geen enkele reden de canoniciteit van deze beslissing, die van de hoogste autoriteit - de Oecumenische Troon - afkomstig is, in twijfel te trekken; het is deze canonieke autoriteit, die Z. Exc. Bisschop Basil in bescherming neemt. Daarom ontbreekt elke grond aan de tijdelijke, kerkelijke interdicties tegen Bisschop Basil, zoals die genomen zijn door de Heilige Synode van het Patriarchaat Moskou, tijdens zijn zitting van 19 juli 2006 (zie art. 75, § 6 van de notulen van deze zitting).

- Wat betreft de eerbiedwaardige geestelijkheid, 17 priesters en diakens, die zich onder de autoriteit van Z. Exc. Bisschop Basil geplaatst hebben in het kader van het Vicariaat voor Groot Brittannië en Ierland: ook zij kunnen niet meer getroffen worden door eender welke sanctie van de Heilige Synode van het Patriarchaat Moskou, daar zij zich losgemaakt hadden van de banden met en verplichtingen jegens het diocees Sourozh, door middel van geldige en canonieke ontslagbrieven, naar alle vorm ondertekend door Z. Exc. Bisschop Basil op het moment dat deze nog administrator was van het diocees Sourozh. Op grond van deze brieven zijn de meeste van deze geestelijken in juni j.l. opgenomen in het Aartsbisdom van Thyatira (Oecumenisch Patriarchaat); dit heeft geen enkele reactie of protest opgeroepen van de zijde van het Patriarchaat Moskou. Pas in tweede instantie, na het overhandigen van ontslagbrieven door Z. Em. de Aartsbisschop van Thyatira, zijn alle zeventien opgenomen in het Exarchaat.

- Wat betreft aartspriester Georges Ashkov, stelt de DR vast dat de beslissing no. 112 van de Heilige Synode van het Patriarchaat Moskou (“... de overgang te zegenen van aartspriester Georges Ashkov naar het Aartsbisdom van de Russisch orthodoxe parochies in Westeuropa onder het Patriarchaat van Constantinopel, ten bewijze waarvan aan Aartsbisschop Gabriël van Komana een ontslagbrief voor de desbetreffende persoon gezonden zal worden”) het verwijt dat deze priester in het Aartsbisdom zou zijn opgenomen “... zonder een ontslagbrief gevraagd te hebben...” , (uitgesproken in art. 104, van de reeds eerder aangehaalde notulen uit 2006), nietig en ongeldig. De aartspriester Georges Ashkov is d.m.v. een besluit, gedateerd 10 januari 2006), in het Exarchaat opgenomen op vertoon van een eerste canonieke brief, ondertekend door Metropoliet Jouvenali van Kroutitsky en Kolomna, gedateerd 29 december 2005 (een copie van dit besluit no 3549 is in te zien bij de Administration Diocésaine). Op soortgelijke wijze zijn in het verleden ook andere priesters opgenomen in de schoot van het Aartsbisdom, zowel in de tijd van wijlen Aartsbisschop Serge, alsook tijdens de eerste twee jaren, dat Aartsbisschop Gabriël aan het hoofd staat. Documenten van deze aard zijn, op verzoek, eveneens in te zien bij de Administration Diocésaine. Het heeft er alle schijn van dat het Patriarchaat, eenzijdig en op eigen autoriteit, de voorwaarden veranderd heeft betreffende ontslagbrieven; vandaar de noodzaak van een nieuwe brief, eveneens afkomstig van Z. Em. Metropoliet Jouvenali, als antwoord op een verzoek in die zin door Z. Em. Aartsbisschop Gabriël.

- Tenslotte de verwijten van het Patriarchaat Moskou betreffende de opname in het Exarchaat van de priester Miron Bogoutskii,tegen wie in 1993 een interdict is uitgesproken door Z. Em. Aartsbisschop Jouvenali van Koursk en Rylsk. De leden van het kerkelijk tribunaal van het Aartsbisdom hebben tijdens hun zitting op 23 maart 2006 kennis genomen van het standpunt van de priester Miron (zie over deze kwestie, communiqué van de DR 07-06). De DR constateert dat, tot op vandaag, geen enkel bewijs en evenmin enig geldig argument of aantoonbaar feit naar voren is gebracht betreffende vergrijpen tegen de kerkelijke discipline door, die de priester Miron zouden verweten kunnen worden of die de disciplinaire maatregelen, die tegen hem in het diocees Koursk genomen zijn, zouden kunnen rechtvaardigen. Het is inmiddels dertien jaar geleden dat priester Miron secretaris was van de plaatselijke bisschop en als priester aan de kathedraal was verbonden. En het is vanwege zijn protesten tegen door hem geconstateerde gevallen van overtredingen van de kerkelijke orde in het leven en functioneren van het diocees, ook op gebied van de christelijke moraal (we zouden in het nederlands kunnen zeggen: vanwege zijn rol als “klokkenluider”), dat hij - aldus zijn eigen zeggen - ongenadig vervolgd, naar een verafgelegen parochie werd overgeplaatst en dat tenslotte een interdict tegen hem werd uitgesproken. De klaarblijkelijke onrechtvaardigheid en de rigoureuze strengheid van de tegen hem genomen sancties, dreven hem in de armen van het zogezegde “Patriarchaat Kiev”; zodoende plaatste hij zich buiten de volheid van de de Orthodoxie. We kunnen God slechts dankbaar zijn dat deze priester, die nu in Noorwegen woont, weer opgenomen is in de communio van de universele Kerk, die boete gedaan heeft en die zich tot het Exarchaat gewend heeft, teneinde opnieuw op waardige wijze zijn priesterschap te kunnen uitoefenen; en dit tot volle tevredenheid van de gelovigen van de gemeenschap in Stavanger, waarover hij momenteel is aangesteld. De heilige en eerbiedwaardige Kerk van Rusland heeft in heel haar lange geschiedenis, een voorbeeld gegeven van barmhartigheid en vergeving naar de leer van de Enige Meester en Herder. Wij twijfelen er dan ook niet aan dat de hoogste autoriteit van de Russisch Orthodoxe Kerk de verdraagzaamheid en de barmhartigheid zal kunnen opbrengen en deze in overvloedige mate zal uitbreiden over de eventuele zwakheden van een priester, die nu zijn juiste kerkelijke weg gevonden heeft.

Retour haut de page
SPIP