Paasboodschap van Aartsbisschop Gabriël van Komana, Exarch van de Oecumenische Patriarch.

Toen de in de boeien der hades gekluisterden Uw mateloze barmhartigheid hadden gezien, haastten zij zich met blijde spoed naar het Licht, O Christus, juichend over het eeuwige Pascha ! (5de Irmos van de Paascanon).

Dierbare zusters en broeders in de heer - Christus is opgestaan!

Met deze uitroep mag ik u de vreugde verkondigen van de Opstanding van onze Heer Jezus Christus. Zoals ik in de Paasvigilie in onze kathedraal het Heilige Licht van Pasen heb binnengedragen, zo breng ik ook u deze vreugde over. In één ogenblik is de duisternis verdwenen, om plaats te maken voor dit licht, dat vandaag niet alleen in de kerk werd binnengedragen, maar ook in ons hart. Het is op deze dag des Heren, vol onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde (I Petrus 1, 8), dat de vreugde en de glorie van de overwinning van Christus op de duisternis en het bederf van de dood, over ons gekomen is. Moge uw vreugde op deze dag van de Verrijzenis dus volmaakt zijn.

Maar wat betekent deze Verrijzenis voor ieder van ons? Het is Gods heil dat over ons komt en dat in ons een nieuwe wereld schept. De verhouding met onze Schepper, die door Adam verloren ging, wordt ons door de Heer als een liefdesact teruggeschonken.

Daarom moet onze vreugde vandaag groot zijn, want door de Opstanding van Christus weten wij dat de zonde ons niet kan weerhouden: hoe zwak we ook zijn, wij weten dat we ons slechts tot God hoeven te wenden en dat de armen, die op het Kruis van Golgotha werden uitgebreid, ook ons zullen omarmen, met zoveel liefde, dat ons verstand dat niet kan bevatten. Wij zijn niet meer onder de druk van de Wet die, als enige therapie voor elk menselijk falen, bestraffing kent. Vandaag zijn wij erfgenamen geworden van Gods Liefde, waarin barmhartigheid en gerechtigheid samengaan. “De helende hand van de Verlosser op het koortsige voorhoofd van onze zonden”, de goddelijke balsem verzacht en geneest de pijn van ons gewonde hart.

Gods medelijden met ons stelt ons in staat ons dagelijks leven in een nieuwe visie te plaatsen; voortaan hoeven we niet meer simpelweg te bestaan, maar kunnen we werkelijk leven . Daarmee wil ik zeggen dat wij onze levenswijze, die een slechte kopie van liefde is, kunnen en moeten loslaten en in plaats daarvan, met de hulp van Gods genade, ons wezen positief verwerkelijken, volgens het adagium van onze heilige vaders: “God werd mens, opdat de mens God zou worden”. Dat wil zeggen: God heeft onze zwakheid aangenomen om ons te leiden tot de volheid van het eeuwig leven.

Dáárin bestaat de liefde van de Schepper en slechts zó kunnen wij baat hebben bij de dood en de Opstanding van Christus Jezus. “Zoals de zonde heeft geheerst over de dood, zo zal ook de genade heersen door de gerechtigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Heer” (Rom. 5, 21).

Wat een magnifieke gevolgen heeft dat voor ons leven. Voortaan hoeven we ons niet meer tevreden te stellen met een moraal, gevormd door bepaalde sociologische regels en die volkomen ontoereikend is en het gevaar van verborgen verleidingen in zich bergt. Voortaan zijn wij geroepen tot leven ; we mogen het geestelijke leven in ons toelaten, dat niets anders is dan een leven in de Heer. Daarmee mogen wij deel hebben aan Gods creatieve dynamiek. Wij waren dood en zijn opnieuw tot leven gewekt!

Deze vreugde wil ik vandaag met u delen, met al de liefde die ik u toedraag. En ik wil u aansporen deze goddelijke communio te beleven; d.w.z. u te voeden, u te laten versterken door de genade van de opgestane Heer, door Zijn barmhartige liefde. Want wij zijn niet meer gebonden door onze zwakheid, maar in vrijheid met Christus verbonden. En deze onverwoestbare vrijheid houdt ons staande in het licht van de verrezen Christus. Ieder van ons die deze onvergetelijke ervaring gemaakt heeft en die zich bewust is van zijn ontologische band met de gehele mensheid, kan in liefdevolle dienstverlening elke medemens de weg wijzen naar het heil.

Op deze gezegende dag van de Opstanding, richt ik deze boodschap van geloof en vertrouwen tot u, dezelfde boodschap die door onze Heer Zelf gegeven is aan de Myrondraagsters en via hen aan al Zijn leerlingen: “vrees niet!” (Mat. 28,10). Inderdaad, vrees niet; heb geen angst meer voor het leven. Het leven is onnoemelijk mooi, want het is de weerglans van de onnoemlijke schoonheid van God naar het voorbeeld van de ikoon, waarop wij Christus zien, Die Zijn handen uitstrekt naar onze gevallen voorouders Adam en Eva, hen opheffend uit dezelfde hel, die ook onze hel is en hen weer het Leven geschonken heeft - hun leven, ons leven. Want “dit is de belofte die Hij ons gegeven heeft: het eeuwige leven” (I Joh. 2,25).

Christus is opgestaan!
Hij is waarlijk opgestaan!

+ Aartsbisschop Gabriël van Komana Exarch van de Oecumenische Patriarch

Parijs, 14 /27 april 2008 Kathedraal van de Hl. Alexander Nevsky

Retour haut de page
SPIP